Tag Archives: publiekeruimte

14mei/10

De schreeuw op de Dam

[COLUMN]

Een man schreeuwt, een tas valt, een kerel roept ‘Bom!’. Dat is in het kort het scenario dat vooraf ging aan de vreemde chaos op de Dam, 4 mei 2010. Ik vind het een beetje B-filmmateriaal.

Massahysterie
En dan de massahysterie. Verwilderde gezichten, moeders beschermen half huilend hun kinderen (die helemaal huilen), de koningin wordt in allerijl in een gebouwtje aan de rand van het plein geduwd (zij huilt niet) en de massa zet het gillend op een lopen. Waarheen is mij een raadsel. Op zo’n moment heb ik hevig behoefte aan de regiekunsten van Pieter Verhoeff.

Dwaze Dagen
De paniek na de schreeuw op de Dam duurde al met al 2,5 minuten. Dat is best kort. Maar de verwarring was totaal, dat zag je wel aan de verschrikte gezichten. Het leken wel de Dwaze Dagen bij de Bijenkorf. Maar de winkel was gesloten, dus dat kon niet. Nu is 4 mei 2010 ook verworden tot een dwaze dag.

Een schreeuw
Wat had ik zelf gedaan, vroeg ik mij af. Je hoort een schreeuw. Zet je het dan op een lopen? Waarheen dan en waarom?

Menselijk gedrag in een massa
Mensen gedragen zich vreemd in een massa, dat is mij wel vaker opgevallen. Als ik op een voetpad wandel en stuit op een grote groep, dan lijkt het wel alsof je als eenling niet bestaat of in het beste geval geen rechten hebt op een stukje van de publieke ruimte. Als je dan terstond je rug niet recht en non-verbaal dreigt met een fysieke botsing met zo’n massa-molecuul, dan dendert zo’n groep gewoon door.

Implosie van denkvermogen
Een massa verliest snel z’n verstand, het individuele IQ lijkt in een menigte niet meer te bestaan en de som der delen van dat intellect al helemaal niet. Sterker, als mensen zich massaal verenigen, kun je er zeker van zijn dat er een implosie van denkvermogen volgt. En dat lijkt weer omgekeerd evenredig met de toename van de kans op hysterie. Maar dan is het vervolgens ook logisch dat als een man schreeuwt, een tas valt en een kerel roept ‘Bom!’ dat je dan gaat rennen. Zeker in Nederland.

24feb/10

Bumperkleven

[COLUMN]

Heb jij dat nou ook: dat je bij een bumperklever, die jou op de snelweg hardnekkig op de hielen zit met een snelheid van 120 kilometer per uur, de onweerstaanbare neiging hebt eens eventjes keihard op de rem te gaan staan? Volgens het Mindmagazine is zo’n ‘gruwelgedachte’ heel normaal. Ik heb dat ook bij jonge katjes. Ligt zo’n beestje heel lief te spinnen op je schoot, besef je ineens hoe breekbaar dat nekje is. Eén knik er in en het is dood.

Maar het heeft ook met territorium te maken. Wandelaars, auto’s, fietsen…ze moeten allemaal niet te dicht in mijn buurt komen. Dat heeft ook z’n voordelen. Sta ik op de roltrap in een warenhuis in Breda, merk ik dat er vlak achter mij iemand net iets te opdringerig aanwezig is en het gemunt heeft op mijn rugzak. Zoiets voel je gewoon. Ik kijk achterom en zie inderdaad zo’n vaag jasje. In een flits schiet – heel dierlijk – de spanning vanuit mijn buik omhoog en ik krijg de heerlijke gruwelgedachte eens met mijn elleboog flink achteruit te punten op de hoogte van, nou ja, de broekrits zeg maar.

Ook op de scooter heb ik er last van. Tuf ik met vijftig kilometer per uur de Zeeweg af, blijft er ineens een racefiets achter mijn achterband plakken. En niet op de prettige afstand van vier of vijf meter, nee, hij hangt echt aan mijn bumper en ik kan in mijn spiegel nog net zien hoe hij met één hand z’n ene neusgat dichthoudt om vervolgens het andere neusgat vrije baan in de berm te geven met een kracht van drie op de schaal van Richter.

Ik stop en zeg hem dat ik van dat bumperkleven niet ben gediend. Hij kijkt mij verbaasd aan en zegt niets (dat doen ze in en rond Haarlem wel vaker niet). Ik rijd verder en opnieuw hangt hij aan mijn Habanabumper. Weer stop ik. Dit ritueel herhaalt zich nog twee keer, maar de man weet van geen wijken. Nu zou iedere vrouw wel stroop aan haar kont willen hebben en – ik zeg het eerlijk- mijn scooter is een sexy beauty, maar om er nou met je neus aan te gaan hangen, tja, dat vind ik nou echt debielengedrag. Maar wat doet de man als ik definitief een tijdje stil blijf staan? Hij scheldt mij uit van hier tot einde Zeeweg en verklaart mij finaal geschift. Ik kan niets anders doen dan gek kijken.