24mrt/10

Aangevallen door Schotse Hooglander

[COLUMN]

Begin januari 2008 werd ik aangevallen door een Schotse Hooglander. Van oorsprong afkomstig uit een gebied waar hij zich alleen op de wereld kan wanen, wordt ‘ie nu in Nederland op iedere vierkante kilometer natuur gedropt. Niet echt hot news, maar wel aanleiding tot steeds weer nieuwe incidenten.

Houd minimaal afstand
In goed gezelschap wandelde ik op de betreffende vroege januaridag op een kleine natuurpostzegel aan de rand van Haarlem: landgoed Koningshof. We namen de buitenste ring (er zijn niet zoveel paden in dit reservaat) en na bocht drie stond daar ineens zo’n verzamelde vierduizend kilo vlees lekker te tutten in de bosjes. Tot zover niks aan de hand. Echter, er stond er ook één op het pad. Ons pad. Ik keek recht tegen z’n gespierde kont. Nu ken ik de regels: houd minimaal 25 meter afstand. Maar het terrein heeft de grootte van twee pannenlappen, dus als we zover om moesten lopen, stonden we zo weer buiten het hek.

Midden in mijn buik
Mijn vriend – normaal een koene ridder – vertouwde het niet en wilde omkeren. Ik dacht ‘ze worden hier gedropt, dus zal het wel goed zitten’ en moedig schreed ik voorwaarts. Maar ik had nog geen twee stappen gezet of de onberekenbare griezel draait zich tergend langzaam om en doet een paar stappen in mijn richting. ‘Hij wil vast even snuffelen’, denk ik nog in al mijn onschuld. Maar ineens accelereert de kolos en plaatst daarbij zijn bolle kop midden in mijn buik.

Driehonderd kilo
Het was een jonkie, zonder martelwerktuigen op z’n hoofd, maar het was evengoed driehonderd kilo schoon aan de haak (vertelde de boswachter mij later). Nu kan ik veel hebben, maar daar ben zelfs ik niet tegen bestand en weldra zeeg ik ineen als Giuseppina Strepponi in de opera van Verdi. Nou ja, wat versneld afgedraaid dan. Nu sprong mijn edele ridder op en begon als een ware vogelverschrikker wild met zijn armen en benen te zwaaien onder het uitstoten van aapachtige klanken. Het rund keek vreemd op, daar had ‘ie toch niet van terug en ineens zette hij het op een lopen. De laffe koe.

Stier velt vrouw
Eenmaal thuis belde ik de krant. Niet dat ik zelf nou zo graag voorpaginanieuws wilde zijn en zeker niet als gevloerde bella donna, maar stel dat ‘ie het de volgende keer weer op z’n heupen kreeg en ditmaal met een actieve senior van 80 ging jongleren….

Afijn, die krant plaatst het stukje, maar ik had niet gerekend op de snuiters die alle online podia afstropen, vooral die van de regionale kranten, naarstig op zoek of er nog wat te keten valt. En stier velt vrouw is voor die jongens toch echt een soort dubbele Breezer. Schuilnaam Sjaaltje13 vermoedde dan ook dat het wel te maken zou hebben met, ik citeer, ‘een opstandige poes die eens per maand krols begint te worden.’

Schotse Hooglanders als hobby
Anderhalf jaar na dato belt ineens de regionale omroep. Er zijn weer wat incidenten geweest met onze Schotse vrienden her en der en of ik mijn verhaal opnieuw wilde doen, ditmaal via de ether. Man met als hobby Schotse Hooglanders in een weitje was voor, ik was tegen. Ja hoor, dat wilde ik wel.

We togen ditmaal naar de Kennemerduinen, waar de verslaggever op het ludieke idee kwam om ons een toneelstukje te laten spelen. Ik was ik op de bewuste bullfight-dag van anderhalf jaar geleden en de cameravrouw moest – met camera – bully spelen, zodat het net leek of ik weer werd aangevallen. We hebben de scène een paar keer over moeten doen.

Jungleduinen bij Bergen
Toen ook dit avontuur weer ten einde was, dacht ik dat alles wel tot rust zou komen. Tot ik in december 2010 ineens werd gebeld door een vrouw, ik schat midden dertig. Ook zij had mij via Google gevonden en vertelde onlangs van haar paard te zijn gesmeten in de duinen bij Bergen. Een Schots liefje was achter hen aan komen hollen en haar paard was zo geschrokken dat hij het op een lopen zette alsof de hele dierentuin van Artis hem op de hielen zat, de hengst uren zoek was, uiteindelijk werd gevonden door de politie en nooit, maar dan ook never-nooit die jungleduinen meer in wil. Of er misschien een actiegroep bestond tegen de Schotse Hooglanders, vroeg ze mij. Ik moest haar helaas teleurstellen.

Ook incidenten met Schotse Hooglanders meegemaakt? Aangevallen door een Schotse Hooglander? Reageer!

Nawoord:
Opnieuw een boswachter gesproken, nu van Het Goois Natuurreservaat. Hij vertelde wat de tekenen zijn dat het niet goed gaat tussen jou en de Schotse Hooglander:

1. Als de Schotse Hooglander ineens wat onrustig wordt, alsof ‘ie ‘jeuk’ heeft, met z’n kop naar achteren slingert, met de poten gaat schuifelen, dan betekent dit voor jou ‘oranje licht’.

2. Ook als ‘ie je strak aankijkt, is dat al een teken dat ‘ie zich niet comfortabel voelt met jouw aanwezigheid.

3. Gooit hij z’n kop naar beneden, dan betekent dat ‘rood licht’: hij is klaar voor de aanval (maar voor je dat doorhebt, lig je waarschijnlijk al op de grond).

Eventuele oplossing in nood:
1. Maak je groot (met armen en benen zwaaien).
2. Maak geluid.

17mrt/10

Ligt een hond bij de dokter…

[COLUMN]

Bij mijn dokter ligt stelselmatig een grote hond in de behandelkamer. Hij neemt ongeveer het halve vertrek in beslag, is erg oud en stinkt nogal. Mijn arts is ook homeopathisch onderlegd. Ik zoek nog naar het verband ertussen.

Keurige behandelkamer
Moet een behandelkamer altijd wit en keurig zijn, is dan de gewetensvraag. Wit en keurig zegt in feite niet zoveel. Voor je het weet zit een GGD-arts in een steriele ruimte met een keurige behandeltafel in je kruis te friemelen (ook waar hij niet hoort), op zoek naar inwendig schraapsel voor onderzoek. Ik wist toen nog niet dat je daar zo goed voor zoeken moest. De wilde jaren hebben gelukkig geen sporen nagelaten, alleen dan dat wit en keurig mij niet zoveel meer zegt.

Hond naast de stethoscoop
Toch heb ik moeite met de hond. Zo naast de stethoscoop. Zijn adem en lichaamsgeur hebben penetrante vormen aangenomen. Ze overstijgen de status van de dokter. Hij wordt wat rafelig daardoor. Een beetje te veel homeopathisch. In mijn fantasie zie ik hem ’s avonds voor de tv met een doos bonbons op schoot, om na een intieme schranspartij vol overgave z’n handen af te likken.

Huisdier bij de dokter
Maar daarmee is het probleem van de hond nog niet opgelost. Met die fantasie. En ik kan toch moeilijk met de hand op mijn neus geknepen de behandelkamer binnen lopen. Dat staat zo raar. Dus probeer ik amechtig langszij de hond te kijken, die als een hijgend hert met giga tong omstandig huisdier ligt te wezen. En dat bij de dokter in de behandelkamer. Die ook niet wit en keurig is.


Beeld bij dit blog: 

© Gualberto 107 / Free Digital Photos

11mrt/10

Depressief in Vinexwijk

[COLUMN]

Vanochtend liep ik in een wijk in opbouw, Leidschenveen, met s c h. Het is de jongste loot, met een t, aan de stam van het mekka der overheidsgebouwen: Den Haag. Nu word ik van grote overheidsgebouwen altijd een beetje somber, maar van wijken in opbouw en kant en klare Vinexwijken word ik pas echt depressief.

Ooit, ik zat nog op de School voor de Journalistiek, brachten wij met de klas een bezoek aan Almere, toen ook in opbouw (1992) midden op het kale land van de drooggelegde IJsselmeerpolders. Stedenbouwkundigen krijgen daar natte dromen van, meen ik, om een stad te mogen bouwen zomaar vanuit het niets. Maar het was een stad zonder ziel, concludeerde ik – toen nog heel poëtisch – in mijn verslag. De wijken van deze destijds ‘nieuwe stad’ stonden te blinken als opgepoetst tafelzilver, afgewisseld door armetierige jonge aanplant. Ik had mij heilig voorgenomen pas terug te komen ‘als wind, regen en storm de huizen heeft aangetast, langs plantsoenen heeft gewoed en het Gooimeer over zijn oevers heeft doen treden’. Ik formuleerde dat toen zó romantisch. Nu raast ook de wind van Wilders door de straten en ben ik ineens ontnuchterd.

Maar vanochtend kuierde ik wat zuidelijker, in de wijk met s c h, en kreeg een man in het vizier, type wetenschapper of Hoge Baan, maar dat laatste een beetje tegen wil en dank. Een slepende tred, haar iets te droog en warrig en de rug licht voorover gebogen. Zijn kleren stonden ‘m ook niet: lange, nette, donkerblauwe jas waarvan de opengeslagen panden ietwat opstandig (of dacht ik dat alleen maar) langs z’n lichaam zwierden, grijze pantalon, enfin, zo’n Hoge-Baan-uiterlijk, je weet wel. Ik zag meteen dat ‘ie met slobbertrui en groezelbroek véééél gelukkiger zou zijn, teruggetrokken in een stoffig hoekje van het huis met een vrouw in Indiaas gewaad die hem liefdevol over zijn droge haren strijkt en af en toe een kopje Max Havelaar-koffie komt brengen.

Maar misschien wist ‘ie dat nog niet. Het feit dat hij richting nette buitenwijk bewoog, deed mij het ergste vrezen. Ik vermoedde toch meer een strenge, keurige dame die hem vastberaden richting Hoge Baan had gemanoeuvreerd, zonder dat ‘ie er erg in had. En ik kreeg diep medelijden. In die man zag ik ineens alles wat mij in een Vinexwijk zo tegenstaat.

03mrt/10

Huldiging in Haarlem

[COLUMN]

Ik weet niet hoe ze het doen in Haarlem, maar sinds burgemeester Schneiders aan het roer zit (juli 2006) is de ‘muggen’stad overal de beste in. De Beste Winkelstraat (Kleine Houtstraat, 2009), De Meest Gastvrije Stad (2009), Het Best geherstructureerde Bedrijventerrein (Waarderpolder, 2010) en onlangs heeft Haarlem ook nog de Beste Lokale Webpoliticus (Jeroen Fritz) gescoord. Misschien ligt het aan mij hoor, maar het begint toch wat ongeloofwaardig te worden.

Maar wellicht zitten de andere burgemeesters wel te suffen, want welke stad stond er weer met zijn neus vooraan toen de Olympische Equipe uit Vancouver eenmaal op Nederlandse bodem was geland? Jawel hoor: Haarlem. Op dinsdag 2 maart jongstleden was ze gaststad voor de huldiging van de deelnemers aan de Olympische Winterspelen.

I was there, op dat plein tijdens de huldiging in Haarlem. Een gebreide sjaal hing wat slordig aan de bomen, rond de nek van het standbeeld van Laurens Janszoon Coster en aan de Vleeshal. De gemeente Haarlem en organisator NOC*NSF wilden met de sjaal de sporters ‘een warm welkom heten’. Ook werden er ovenhandschoenen uitgedeeld, die melig heen en weer wapperden bij de dreun van de muziek van Wolter Kroes. Het plein van de Grote Markt raakte rond half vijf wat vol, maar echt dringen was het ook niet. Het was pas echt topdrukte om kwart voor vijf, om na de climax weer snel uiteen te vallen.

De Equipe is welgeteld tien minuten op het podium geweest. Voor ik er erg in had, waren ze weer verdwenen. Er hing nog wat glimmende confetti in de lucht, af en toe vloog een verdwaalde oranje ballon met TNT-logo omhoog, maar de vlammen van het decor sloegen maar niet over op de massa. Hoewel het met z’n allen op zo’n plein altijd wel kicken is natuurlijk. Als opwarmertje dansten de kids van de Hustlekidz enthousiast over de planken (ze wisten van geen wijken en mengden zich al hustlelend tussen de helden uit Vancouver…op een gegeven moment zag ik het verschil niet meer, het was één oranje waas), dus aan hen kan het niet gelegen hebben.

Toch zag het er op tv allemaal wel heftig uit, Haarlem staat weer op de kaart, de Haarlemmers mochten – onbetaald – opdraven als figuranten, maar hadden eindelijk weer eens een verzetje. Ik miste eigenlijk alleen de UNOX-handschoenen nog.

24feb/10

Bumperkleven

[COLUMN]

Heb jij dat nou ook: dat je bij een bumperklever, die jou op de snelweg hardnekkig op de hielen zit met een snelheid van 120 kilometer per uur, de onweerstaanbare neiging hebt eens eventjes keihard op de rem te gaan staan? Volgens het Mindmagazine is zo’n ‘gruwelgedachte’ heel normaal. Ik heb dat ook bij jonge katjes. Ligt zo’n beestje heel lief te spinnen op je schoot, besef je ineens hoe breekbaar dat nekje is. Eén knik er in en het is dood.

Maar het heeft ook met territorium te maken. Wandelaars, auto’s, fietsen…ze moeten allemaal niet te dicht in mijn buurt komen. Dat heeft ook z’n voordelen. Sta ik op de roltrap in een warenhuis in Breda, merk ik dat er vlak achter mij iemand net iets te opdringerig aanwezig is en het gemunt heeft op mijn rugzak. Zoiets voel je gewoon. Ik kijk achterom en zie inderdaad zo’n vaag jasje. In een flits schiet – heel dierlijk – de spanning vanuit mijn buik omhoog en ik krijg de heerlijke gruwelgedachte eens met mijn elleboog flink achteruit te punten op de hoogte van, nou ja, de broekrits zeg maar.

Ook op de scooter heb ik er last van. Tuf ik met vijftig kilometer per uur de Zeeweg af, blijft er ineens een racefiets achter mijn achterband plakken. En niet op de prettige afstand van vier of vijf meter, nee, hij hangt echt aan mijn bumper en ik kan in mijn spiegel nog net zien hoe hij met één hand z’n ene neusgat dichthoudt om vervolgens het andere neusgat vrije baan in de berm te geven met een kracht van drie op de schaal van Richter.

Ik stop en zeg hem dat ik van dat bumperkleven niet ben gediend. Hij kijkt mij verbaasd aan en zegt niets (dat doen ze in en rond Haarlem wel vaker niet). Ik rijd verder en opnieuw hangt hij aan mijn Habanabumper. Weer stop ik. Dit ritueel herhaalt zich nog twee keer, maar de man weet van geen wijken. Nu zou iedere vrouw wel stroop aan haar kont willen hebben en – ik zeg het eerlijk- mijn scooter is een sexy beauty, maar om er nou met je neus aan te gaan hangen, tja, dat vind ik nou echt debielengedrag. Maar wat doet de man als ik definitief een tijdje stil blijf staan? Hij scheldt mij uit van hier tot einde Zeeweg en verklaart mij finaal geschift. Ik kan niets anders doen dan gek kijken.