Depressief in Vinex-wijken

[COLUMN]

Vanochtend liep ik in een wijk in opbouw, Leidschenveen, met s c h. Het is de jongste loot, met een t, aan de stam van het mekka der overheidsgebouwen: Den Haag. Nu word ik van grote overheidsgebouwen altijd een beetje somber, maar van wijken in opbouw en kant en klare Vinex-wijken word ik pas echt depressief.

Ooit, ik zat nog op de School voor de Journalistiek, brachten wij met de klas een bezoek aan Almere, toen ook in opbouw (1992) midden op het kale land van de drooggelegde IJsselmeerpolders. Stedenbouwkundigen krijgen daar natte dromen van, meen ik, om een stad te mogen bouwen zomaar vanuit het niets. Maar het was een stad zonder ziel, concludeerde ik – toen nog heel poëtisch – in mijn verslag. De wijken van deze destijds ‘nieuwe stad’ stonden te blinken als opgepoetst tafelzilver, afgewisseld door armetierige jonge aanplant. Ik had mij heilig voorgenomen pas terug te komen ‘als wind, regen en storm de huizen heeft aangetast, langs plantsoenen heeft gewoed en het Gooimeer over zijn oevers heeft doen treden’. Ik formuleerde dat toen zó romantisch. Nu raast ook de wind van Wilders door de straten en ben ik ineens ontnuchterd.

Maar vanochtend kuierde ik wat zuidelijker, in de wijk met s c h, en kreeg een man in het vizier, type wetenschapper of Hoge Baan, maar dat laatste een beetje tegen wil en dank. Een slepende tred, haar iets te droog en warrig en de rug licht voorover gebogen. Zijn kleren stonden ‘m ook niet: lange, nette, donkerblauwe jas waarvan de opengeslagen panden ietwat opstandig (of dacht ik dat alleen maar) langs z’n lichaam zwierden, grijze pantalon, enfin, zo’n Hoge-Baan-uiterlijk, je weet wel. Ik zag meteen dat ‘ie met slobbertrui en groezelbroek véééél gelukkiger zou zijn, teruggetrokken in een stoffig hoekje van het huis met een vrouw in Indiaas gewaad die hem liefdevol over zijn droge haren strijkt en af en toe een kopje Max Havelaar-koffie komt brengen.

Maar misschien wist ‘ie dat nog niet. Het feit dat hij richting nette buitenwijk bewoog, deed mij het ergste vrezen. Ik vermoedde toch meer een strenge, keurige dame die hem vastberaden richting Hoge Baan had gemanoeuvreerd, zonder dat ‘ie er erg in had. En ik kreeg diep medelijden. In die man zag ik ineens alles wat mij in een Vinex-wijk zo tegenstaat.

Huldiging in Haarlem

[COLUMN]

Ik weet niet hoe ze het doen in Haarlem, maar sinds burgemeester Schneiders aan het roer zit (juli 2006) is de ‘muggen’stad overal de beste in. De Beste Winkelstraat (Kleine Houtstraat, 2009), De Meest Gastvrije Stad (2009), Het Best geherstructureerde Bedrijventerrein (Waarderpolder, 2010) en onlangs heeft Haarlem ook nog de Beste Lokale Webpoliticus (Jeroen Fritz) gescoord. Misschien ligt het aan mij hoor, maar het begint toch wat ongeloofwaardig te worden.

Maar wellicht zitten de andere burgemeesters wel te suffen, want welke stad stond er weer met zijn neus vooraan toen de Olympische Equipe uit Vancouver eenmaal op Nederlandse bodem was geland? Jawel hoor: Haarlem. Op dinsdag 2 maart jongstleden was ze gaststad voor de huldiging van de deelnemers aan de Olympische Winterspelen.

I was there, op dat plein in Haarlem. Een gebreide sjaal hing wat slordig aan de bomen, rond de nek van het standbeeld van Laurens Janszoon Coster en aan de Vleeshal. De gemeente Haarlem en organisator NOC*NSF wilden met de sjaal de sporters ‘een warm welkom heten’. Ook werden er ovenhandschoenen uitgedeeld, die melig heen en weer wapperden bij de dreun van de muziek van Wolter Kroes. Het plein van de Grote Markt raakte rond half vijf wat vol, maar echt dringen was het ook niet. Het was pas echt topdrukte om kwart voor vijf, om na de climax weer snel uiteen te vallen.

De Equipe is welgeteld tien minuten op het podium geweest. Voor ik er erg in had, waren ze weer verdwenen. Er hing nog wat glimmende confetti in de lucht, af en toe vloog een verdwaalde oranje ballon met TNT-logo omhoog, maar de vlammen van het decor sloegen maar niet over op de massa. Hoewel het met z’n allen op zo’n plein altijd wel kicken is natuurlijk. Als opwarmertje dansten de kids van de Hustlekidz enthousiast over de planken (ze wisten van geen wijken en mengden zich al hustlelend tussen de helden uit Vancouver…op een gegeven moment zag ik het verschil niet meer, het was één oranje waas), dus aan hen kan het niet gelegen hebben.

Toch zag het er op tv allemaal wel heftig uit, Haarlem staat weer op de kaart, de Haarlemmers mochten – onbetaald – opdraven als figuranten, maar hadden eindelijk weer eens een verzetje. Ik miste eigenlijk alleen de UNOX-handschoenen nog.

Bumperkleven

[COLUMN]

Heb jij dat nou ook: dat je bij een bumperklever, die jou op de snelweg hardnekkig op de hielen zit met een snelheid van 120 kilometer per uur, de onweerstaanbare neiging hebt eens eventjes keihard op de rem te gaan staan? Volgens het Mindmagazine is zo’n ‘gruwelgedachte’ heel normaal. Ik heb dat ook bij jonge katjes. Ligt zo’n beestje heel lief te spinnen op je schoot, besef je ineens hoe breekbaar dat nekje is. Eén knik er in en het is dood.

Maar het heeft ook met territorium te maken. Wandelaars, auto’s, fietsen…ze moeten allemaal niet te dicht in mijn buurt komen. Dat heeft ook z’n voordelen. Sta ik op de roltrap in een warenhuis in Breda, merk ik dat er vlak achter mij iemand net iets te opdringerig aanwezig is en het gemunt heeft op mijn rugzak. Zoiets voel je gewoon. Ik kijk achterom en zie inderdaad zo’n vaag jasje. In een flits schiet – heel dierlijk – de spanning vanuit mijn buik omhoog en ik krijg de heerlijke gruwelgedachte eens met mijn elleboog flink achteruit te punten op de hoogte van, nou ja, de broekrits zeg maar.

Ook op de scooter heb ik er last van. Tuf ik met vijftig kilometer per uur de Zeeweg af, blijft er ineens een racefiets achter mijn achterband plakken. En niet op de prettige afstand van vier of vijf meter, nee, hij hangt echt aan mijn bumper en ik kan in mijn spiegel nog net zien hoe hij met één hand z’n ene neusgat dichthoudt om vervolgens het andere neusgat vrije baan in de berm te geven met een kracht van drie op de schaal van Richter.

Ik stop en zeg hem dat ik van dat bumperkleven niet ben gediend. Hij kijkt mij verbaasd aan en zegt niets (dat doen ze in en rond Haarlem wel vaker niet). Ik rijd verder en opnieuw hangt hij aan mijn Habanabumper. Weer stop ik. Dit ritueel herhaalt zich nog twee keer, maar de man weet van geen wijken. Nu zou iedere vrouw wel stroop aan haar kont willen hebben en – ik zeg het eerlijk- mijn scooter is een sexy beauty, maar om er nou met je neus aan te gaan hangen, tja, dat vind ik nou echt debielengedrag. Maar wat doet de man als ik definitief een tijdje stil blijf staan? Hij scheldt mij uit van hier tot einde Zeeweg en verklaart mij finaal geschift. Ik kan niets anders doen dan gek kijken.

Introductie

Schrijfster Nelleke Noordervliet hoorde ik ooit zeggen over het feit dat ze boeken ging schrijven: “Ik heb het idee dat mijn gedachten er toe doen.” ‘Dat heb ik nou nooit’, dacht ik toen. Inmiddels denk ik daar anders over.

Moonblog is de weerspiegeling van een zoektocht. Buiten de gevestigde kanalen om, vrij van formats en doelgroepen, stelt Moonblog vragen bij de wereld en probeert ze met filosofische bespiegelingen en persoonlijk commentaar te onderzoeken.

Regelmatig terugkerende thema’s:

Menselijk gedrag
Openbare ruimte
Gezondheidszorg
Nieuwe Media

*Alle columns zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen.

Reacties?
Je kunt natuurlijk reageren op de teksten, foto’s en filmpjes die ik publiceer (vanaf de eerstvolgende bijdrage). Weinig constructieve bijdragen verwijder ik. Maar wellicht breng je mij – en anderen – op nieuwe gedachten en gezichtspunten. Alvast dank daarvoor.

Meer informatie over de tekstschrijver/journalist achter Moonblog vindt u op www.tekstbureauhollandsekost.nl