Volksgericht versus graaier

[OPINIE]

Ik begrijp Jelle Brandt Corstius wel met zijn twitteractie tegen Sjoerd van Keulen, oud-topman van SNS Reaal. Als ‘gewone burger’ word je immers doodziek van de graaiende medemens. De inhalige lieden lijken er altijd mee weg te komen en zijn zelden zo eerzaam en gewetensvol dat ze hun bonussen of te veel betaalde salarissen terugstorten in de publieke pot.

Spontaan volksgericht
Ik begrijp ook advocaat Spong en rechter/hoogleraar Huub Willems die in Nieuwsuur van dinsdag 19 februari jl. hun verontwaardiging lieten blijken over dit spontane volksgericht. Het is immers nog niet goed onderzocht wie welke schuld ten deel valt in het drama rond bank SNS Reaal. En in Nederland geldt nog altijd: je bent pas schuldig als de rechter zijn vonnis heeft uitgesproken.

Moreel schuldig
Maar hierin zit ‘m de kneep: als al het mismanagement en gegraai binnen de wet gebeurd of via de mazen van het net, dan staat de rechter schaakmat. Dan rest slechts het vellen van een moreel oordeel, maar wie moet dat doen? Bovendien hangt er geen prijskaartje aan: de ‘moreel schuldige’ kan gewoon met een vette bonus op zak elders aan de slag of rentenieren in zijn luxueuze optrekje op – pak ‘m beet – Bonaire.

Onvoorspelbare dynamiek
Maar het kwalijke van een spontaan volksgericht is de onvoorspelbare dynamiek ervan (zie blog ‘De schreeuw op de Dam’ op Moonblog). Wie weet zit er ergens weer een Volkert van der G. verstopt die compleet met wapenvergunning al jaren zoekt naar een vet doel. Roept u maar: wie is de volgende? Welke kamikazebankier of schaamteloos graaiende bestuurder heeft door zijn gedrag zijn hoofd al op het slachtblok gelegd?

Zelfreinigend vermogen
Nu er de laatste jaren zo veel schandalen openbaar worden – van graaiers aan de top van woningbouwcorporaties en scholen tot megalomane uitgaven voor eigen huisvesting van waterschappen en UWV (om van de bankwereld maar niet te spreken) – rijst de vraag wanneer ‘het volk’ het niet meer pikt en er een opstand uitbreekt of erger: een revolutie. Want wachten op het zelfreinigende vermogen van de financiële en bestuurlijke bovenlaag lijkt voor velen het bekende wachten tot sint-juttemis.

Publieke verontwaardiging
Dus wat in de tussentijd te doen met deze gewetenloze elite die zich weinig lijken aan te trekken van publieke verontwaardiging en gewetensvragen? Misschien af en toe wat prikkelen? De volkswoede zo nu en dan een kanaal geven om te ontluchten? Een twitteractie starten om de discussie leven in te blazen? Wellicht daarmee een volksgericht ontketenen om graaiers de stuipen op het lijf te jagen om op die manier tenminste nog enige invloed te hebben op hun moreel besef?

Wachten…
Want ondertussen is het wachten…

op moedige bestuurders die een daad durven stellen…
op gewetensvolle directeuren die intelligente, gewetensvolle keuzes durven maken…
op politici die een voorbeeld stellen…en voorbeeldig zijn…
op sociaal intelligente bankiers met oog voor maatschappelijke samenhang in plaats van louter eurotekens op de binnenkant van hun brillenglazen…

Knuppel in hoenderhok
Maar zolang we moeten wachten…is het niet gek – en ook niet verkeerd (oude, vastzittende structuren evolueren immers zelden vlekkeloos naar een andere orde) – dat iemand een knuppel in het hoenderhok gooit. En hoenders vinden dat natuurlijk nooit leuk. En haantjes al helemaal niet.

 

Relevante links:

Osteopathie: vingers in de oren

[COLUMN]

In 2010 ging ik met een chronisch pijnlijke heup naar de osteopaat. Een osteopaat is een doorgestudeerde fysiotherapeut, die niet alleen de toestand van spieren, botten en gewrichten bekijkt, maar zich onder meer ook verdiept in het beweeglijk zijn van ‘de zachte’ delen van het lichaam, zoals organen en vliezen.

Betrouwbare osteopaat
De osteopaat bekijkt het lichaam in z’n geheel, zoekt naar de disbalans in het lichaam. Zo zou een heupklacht zomaar kunnen duiden op een te strak gespannen maag, om maar een voorbeeld te noemen. Soms kan zo’n behandeling verrassende resultaten opleveren. Zo ook bij mij, maar die was ánders verrassend.

Mijn osteopaat was het type betrouwbare boswachter. Lang, slank, grijs ringbaardje en vriendelijke – beetje introverte – oogopslag. Bij zo’n osteopaat leg je graag je verzameling botten, spieren en organen ter inzage op een behandeltafel.

Eerste diagnose
Zijn eerste diagnose luidde ‘artrose’, ofwel: gewrichtsslijtage. Door vermindering van het kraakbeen bij de gewrichten, kunnen de botten dan letterlijk over elkaar heen schuren. ‘Hoeveel procent is er verdwenen’, vroeg ik nieuwsgierig. Hij kon natuurlijk geen schatting doen (hij is immers geen arts), maar hij vermoedde toch wel zo’n 30 procent. Nadat ik mij wekenlang op een handdoekje onderwierp aan gedruk, gedraai en gesteun op mijn lijf, bleef de klacht aanhouden.

Röntgenfoto Kennemer Gasthuis
Ik had er genoeg van, wilde nu wel eens écht weten hoe het zat met die artrose en liet een röntgenfoto maken in het Kennemer Gasthuis. De radioloog was een leuke vent. Hij zei dat het buiten z’n bevoegdheid lag iets te zeggen over de foto, maar hij vertrouwde mij heimelijk toe dat ‘mijn heup er uitzag als een zonnetje’. Mijn vriend kon niet laten daar thuis wat grappen over te maken.

Spanning vasthouden
Ik weer naar de osteopaat. Die herzag moeiteloos zijn oordeel en zapte naar de volgende diagnose: ditmaal meende hij dat het SI-botje (het bot tussen heiligbeen en bekken) de boosdoener was en hij begon omstandig zijn skeletkennis te etaleren, waardoor ik wel overtuigd móest zijn van zijn oordeel. Ook zou ik teveel spanning vasthouden in mijn buik, moest ik meer loslaten en ‘verteren’. Raadgeving: veel heupbewegingen maken (swingen, ‘kwispelen als een hond’, grote stappen maken).

De klacht hield wekenlang onverminderd aan.

Vingers in mijn oren
Op een zonnige dag in juli herzag hij plotsklaps opnieuw zijn diagnose: ditmaal suggereerde hij dat mijn eierstok zat vastgegroeid aan mijn baarmoeder. Om dat te behandelen, stak hij onder andere tien minuten lang zijn vingers in mijn oren (tegen een uurtarief van 80 euro) en zei dat dat was om de hormoonproductie te stimuleren, waardoor mijn baarmoeder zou gaan kantelen, waardoor de klacht zou verminderen. ‘Maar deze behandeling kon wel eens heel lang gaan duren’, zei hij.

Eenmaal thuis pakte ik de telefoon en heb ik de behandeling maar stopgezet.

U kijkt zo lief

[COLUMN]

“U kijkt zo lief.” Premier en CDA-lijsttrekker Balkenende zocht een zin, zag een vrouw en zei.

Lijsttrekkersdebat
De situatie. Op 26 mei 2010 vond bij Rtl4 een lijsttrekkersdebat plaats. Eén voor één namen de voormannen en -vrouw plaats achter een katheder tegenover presentatrice Mariëlle Tweebeeke, waarna een aantal vragen op hen werden afgevuurd. Het was de bedoeling dat de politici antwoord gaven.

List verzinnen
Nu zijn er drie soorten antwoorden mogelijk op een vraag: nee, ja of ik weet het niet. Maar als die opties niet toereikend zijn, moet je toch echt een list verzinnen.

U kijkt zo lief
“U kijkt zo lief”, was een noodgreep van Jan-Peter Balkenende, maar ik was meteen gealarmeerd. De briljante spindoctor Jack de Vries was immers al een tijdje uit het zicht, door kwajongensstreken op een kazernebed. De zakelijke verbintenis tussen de twee J’s werd toen natuurlijk terstond verbroken. Geen smet op het blazoen zo vlak voor de verkiezingen. Maar ik vrees dat Jack onlangs z’n liefdesleven met z’n oude gabber heeft besproken. Met wat blikjes bier op een kazernebed. Om bij het krieken van de dag het gezicht weer in de plooi te strijken.

Jacks on horses
JP miste zijn gabber, bleek maar weer. Want de druk tijdens het verkiezingsdebat, de camera’s, het publiek, vijf keer dezelfde vraag in één minuut door ook nog eens een vrouwelijke schone, werd hem toch echt fataal. Het vertrouwde jargon was uitgewerkt, dus zocht hij naarstig naar een uitweg. Hij zocht een zin, zag een vrouw, dacht aan kazernebedden, stoere verhalen, Jacks on horses en zei.

Harry Potter
Toen onze premier op 3 juni 2010 heel koket verkondigde (tijdens het tv-programma De Wereld Draait Door) dat hij na inname van sloten bier, drie liter om precies te zijn, geen spier vertrok, wist ik genoeg. Mijn beeld van Harry Potter flying on clouds was compleet.

Nawoord:
Het zinnetje ‘U kijkt zo lief’ is inmiddels dubbelzinnig en onsterfelijk geworden.

Twitter
Enkele grappen op Twitter in ‘de dagen erna’:

•Tweet Femke Halsema op 29 mei 2010:
‘Goedemorgen. Het is een dag om lief te lachen.’

•Tweet Jelle Brandt Corstius op 28 mei 2010:
‘Morgen lunchen met Beatrix. Wat ik al heb vernomen: majesteit zeggen, tijdens lunch niet naar de wc. Wat nog meer?’

Reactie vanPopta:
‘Niet zeggen dat ze lief kijkt ;-)’

Confrontatiespiegel Parnassia aan zee

[COLUMN]

Bij strandtent Parnassia in Bloemendaal hangt in de toiletruimte een confrontatiespiegel. Dat is zo’n ding waarvan je denkt dat het een spiegel is, maar waar doorheen je bekeken kunt worden zonder dat je er erg in hebt. De pisbakken van het herentoilet staan gerangschikt langs de achterkant van dit voyeuristisch geval. Dus terwijl jij met open mond je lippen stift, kunnen de mannen je zien terwijl ze met hun potlood in de bakken roeren.

Intieme vriendin
Nu is een spiegel niet zomaar een plat vlak met een weerspiegelende oppervlaktelaag. Het is een intieme vriendin. Je vertrouwt haar je meest kwetsbare momenten toe. Het verwijderen van dat drapje in je ooghoek, dat inmiddels zwart geworden is van de mascara. Om het goed te zien, buig je nog eens flink voorover. Om daarna met opengetrokken mond – je lippen hebben dan zo ongeveer de vorm van een ovaal – je smoeltje bij te werken.

Dan volgt de fatsoenering van het haar dat er uitziet na uren strand alsof de zeewind elk kwartier van richting is veranderd. Je toupeert nog even snel het plukje op je achterhoofd, kijkt of er niets tussen je tanden zit en of je tong inmiddels niet meelwit is uitgeslagen. Na het afstellen van de juiste zwoele blik, wordt het hoog tijd de toiletruimte weer te verlaten. Je bink blijft natuurlijk niet eeuwig wachten.

Spiegel als maatje
Tijdens dit ritueel loop je echter groot risico dat aan de andere kant een kerel staat mee te gluren. Terwijl jouw Prins netjes aan de bar blijft wachten, hebben de mannen met hoge nood zich kunnen vergapen aan jouw sensuele lippen, lange wimpers en koddig kapsel. Misschien trok je ook je bh wel recht of deed je nog een knoopje los van je hippe zomerbloes. Wie weet zat er wel een scherp stukje schelp gemeen te steken in een onderlaag en gebruikte je de spiegel om meer helderheid te krijgen over dit vraagstuk. Kortom, je was bezig met jezelf en gebruikte de spiegel als maatje.

Bordeel Parnassia aan Zee
Maar het maatje blijkt een misstap. In Bordeel Parnassia aan Zee is een peepshow ingericht, waar jij ongevraagd onderdeel van bent. Als je dat had geweten, was je met verwaaide apenkop, scheve bh en ongestifte lippen natuurlijk meteen het sanitair weer uit gerend. Om vervolgens in de weken erna het vrouwelijk deel van Nederland te mobiliseren en met spandoeken het recht te eisen terug te kijken.

De schreeuw op de Dam

[COLUMN]

Een man schreeuwt, een tas valt, een kerel roept ‘Bom!’. Dat is in het kort het scenario dat vooraf ging aan de vreemde chaos op de Dam, 4 mei 2010. Ik vind het een beetje B-filmmateriaal.

Massahysterie
En dan de massahysterie. Verwilderde gezichten, moeders beschermen half huilend hun kinderen (die helemaal huilen), de Koningin wordt in allerijl in een gebouwtje aan de rand van het plein geduwd (zij huilt niet) en de massa zet het gillend op een lopen. Waarheen is mij een raadsel. Op zo’n moment heb ik hevig behoefte aan de regiekunsten van Pieter Verhoeff.

Dwaze Dagen
De paniek na de schreeuw op de Dam duurde al met al 2,5 minuten. Dat is best kort. Maar de verwarring was totaal, dat zag je wel aan de verschrikte gezichten. Het leken wel de Dwaze Dagen bij de Bijenkorf. Maar de winkel was gesloten, dus dat kon niet. Nu is 4 mei 2010 ook verworden tot een dwaze dag.

Een schreeuw
Wat had ik zelf gedaan, vroeg ik mij af. Je hoort een schreeuw. Zet je het dan op een lopen? Waarheen dan en waarom?

Menselijk gedrag in een massa
Mensen gedragen zich vreemd in een massa, dat is mij wel vaker opgevallen. Als ik op een voetpad wandel en stuit op een grote groep, dan lijkt het wel alsof je als eenling of tweetal niet bestaat of in het beste geval geen rechten hebt op een stukje van de publieke ruimte. Als je dan terstond je rug niet recht en non-verbaal dreigt met een fysieke botsing met zo’n massa-molecuul, dan dendert zo’n groep gewoon door.

Implosie van denkvermogen
Een massa verliest snel z’n verstand, het individuele IQ lijkt in een menigte niet meer te bestaan en de som der delen van dat intellect al helemaal niet. Sterker, als mensen zich massaal verenigen, kun je er zeker van zijn dat er een implosie van denkvermogen volgt. En dat lijkt weer omgekeerd evenredig met de toename van de kans op hysterie. Maar dan is het vervolgens ook logisch dat als een man schreeuwt, een tas valt en een kerel roept ‘Bom!’ dat je dan gaat rennen. Zeker in Nederland.

online reputatiemanagement

[COLUMN]

Tegenwoordig twitter ik. Dat is best heftig. Na twee maanden twoliners (een tweet bestaat uit maximaal 140 tekens, ongeveer twee zinnen) over mijn gedachten en dagbesteding moet ik toch echt aan online reputatiemanagement gaan doen. Mijn tweetstream werkt als een spiegel.

TwitterGala
Goedgemutst en succesvol, zo kan ik de Twitterfamilie wel omschrijven. Soms voel ik mij net Assepoester op het TwitterGala. Mini tussen de mega’s. Het gemankeerde zusje van de Twitterhunks. De uit de bocht gevlogen golfbal op een 18-holesterrein, waar Tiger Woods z’n punten staat te maken. Ik lees nou nooit eens in een tweet dat iemand de laan is uitgestuurd, het allemaal niet lukt of dat hij of zij door het leven hobbelt alsof de auto voortdurend op de handrem staat. Dan zou ik mijzelf daarin in ieder geval nog kunnen herkennen.

Online reputatie
In dagblad De Pers van 13 april 2010 wordt tot overmaat van ramp ook nog eens gewaarschuwd voor je online reputatie. In het artikel van Koster en Jojanneke (waarom nou niet Mark en Van den Berge) staat dat de Nederlanders zich meer bewust moeten zijn van ‘wat ze op internet knallen’ (citaat deskundige Remco Janssen). Je kunt dus niet meer doodleuk jezelf zijn op internet. Nee joh, dat is helemaal jaren zeventig! Tegenwoordig moet je ‘je content managen’ en je online reputatie gaan beheren.

World Wide Web
Want voor je het in de smiezen hebt, gaan je tweets en online-gekeuvel een eigen leven leiden, liggen ze te sidderen in de online databanken of in een verborgen hoekje van het World Wide Web, popelend om op een onbewaakt ogenblik nét eventjes op te duiken als je er helemáál niet om hebt gevraagd. Zit je potentiële werk- of opdrachtgever in een verloren ogenblik op je naam te googelen, komt de hit naar boven dat een Schotse Hooglander (ik kom maar niet van dat trauma af!) z’n kopje in je buik heeft gedrukt en dat online hangjongere Sjaaltje 13 dat wijdt aan je maandelijkse periode. Daar zit je toch echt niet op te wachten.

Kekke avatar
Maar stel nou dat ik maatschappelijk een miep ben van dertien ongelukken. Stel. En dat ik nog niet in de verste verte aan die twaalf ambachten kan komen. Ik kan dan natuurlijk proberen dat imago nog een beetje op te leuken door een kekke avatar (foto of afbeelding die je identiteit weergeeft) op mijn twitter- en communitypagina’s te plakken, maar het blijft behelpen.

Volgers scoren
Toch is het eigenlijk heel eenvoudig: om mee te doen in de vaart der volkeren móet je twitteren, vrienden en volgers scoren, maar om je online reputatie te bewaken, kun je daar lekker keihard bij staan liegen.

Palmpasenstok

[COLUMN]

Met Pasen is Jezus opgestaan. Ze konden ‘m eerst niet vinden. Z’n doeken lagen in z’n grafspelonk, maar er zat niets meer in. Dat is toch vreemd na drie dagen.

Palmpasenstok
Als kind werd ik altijd wel vrolijk van Pasen. Er was alleen één probleem: in de wijk liepen allerlei kinderen met een palmpasenstok en ikke niet. Daar was ik zo verontwaardigd over. Maar ik was Protestant en om een palmpasenstok te mogen maken, moest je toch echt een Katholiekje zijn.

Beeldenverering
Dus zat ik ieder jaar weer dagenlang verlekkerd naar dat feestmaal aan die stokken te kijken, zonder zelf mee te mogen doen. Na een aantal jaar hield ik het echt niet meer vol en smeekte mijn moeder om mij aan deze beeldenverering te mogen overgeven. Nu was mijn moeder de kwaadste niet en lag ook wel eens dwars tegen het Goddelijk Gezag. Bovendien zag ze mijn wanhoop en gaf welwillend haar zegen.

Kruisverbinding
Na dagen meten en zagen in de schuur kon ik eindelijk met de hoofdakte beginnen: het rijgen van veel snoep aan een draadje om die vervolgens aan de kruisverbinding te nagelen. De lekkernijen hingen zwaar te bungelen aan de touwtjes. Nadat de boel was afgewerkt door het broodje op de verticale stok te drukken, was ik klaar voor de straatparade. Want als de Katholieken zo parmantig met hun stokken door de buurt paradeerden, mocht ik natuurlijk niet achterblijven.

Trots als een paashaas
Trots als een paashaas liep ik vervolgens in mijn eentje een aantal blokjes om. De stok in beide handen geklemd een halve meter voor mij uit. Om de overwinning te vieren, mij verheugend op het banket dat komen ging.

Aangevallen door Schotse Hooglander

[COLUMN]

Begin januari 2008 werd ik aangevallen door een Schotse Hooglander. Van oorsprong afkomstig uit een gebied waar hij zich alleen op de wereld kan wanen, wordt ‘ie nu in Nederland op iedere vierkante kilometer natuur gedropt. Niet echt hot news, maar wel aanleiding tot steeds weer nieuwe incidenten.

Houd minimaal afstand
In goed gezelschap wandelde ik op de betreffende vroege januaridag op een kleine natuurpostzegel aan de rand van Haarlem. We namen de buitenste ring (er zijn niet zoveel paden in dit reservaat) en na bocht drie stond daar ineens zo’n verzamelde vierduizend kilo vlees lekker te tutten in de bosjes. Tot zover niks aan de hand. Echter, er stond er ook één op het pad. Ons pad. Ik keek recht tegen z’n gespierde kont. Nu ken ik de regels: houd minimaal 25 meter afstand. Maar het terrein heeft de grootte van twee pannenlappen, dus als we zover om moesten lopen, stonden we zo weer buiten het hek.

Midden in mijn buik
Mijn vriend – normaal een koene ridder – vertouwde het niet en wilde omkeren. Ik dacht ‘ze worden hier gedropt, dus zal het wel goed zitten’ en moedig schreed ik voorwaarts. Maar ik had nog geen twee stappen gezet of de onberekenbare griezel draait zich tergend langzaam om en doet een paar stappen in mijn richting. ‘Hij wil vast even snuffelen’, denk ik nog in al mijn onschuld. Maar ineens accelereert de kolos en plaatst daarbij zijn bolle kop midden in mijn buik.

Driehonderd kilo
Het was een jonkie, zonder martelwerktuigen op z’n hoofd, maar het was evengoed driehonderd kilo schoon aan de haak (vertelde de boswachter mij later). Nu kan ik veel hebben, maar daar ben zelfs ik niet tegen bestand en weldra zeeg ik ineen als Giuseppina Strepponi in de opera van Verdi. Nou ja, wat versneld afgedraaid dan. Nu sprong mijn edele ridder op en begon als een ware vogelverschrikker wild met zijn armen en benen te zwaaien onder het uitstoten van aapachtige klanken. Het rund keek vreemd op, daar had ‘ie toch niet van terug en ineens zette hij het op een lopen. De laffe koe.

Stier velt vrouw
Eenmaal thuis belde ik de krant. Niet dat ik zelf nou zo graag voorpaginanieuws wilde wezen en zeker niet als gevloerde bella donna, maar stel dat ‘ie het de volgende keer weer op z’n heupen kreeg en ditmaal met een actieve senior van tachtig ging jongleren….

Afijn, die krant plaatst het stukje, maar ik had niet gerekend op de snuiters die alle online podia afstropen, vooral die van de regionale kranten, naarstig op zoek of er nog wat te keten valt. En stier velt vrouw is voor die jongens toch echt een soort dubbele Breezer. Schuilnaam Sjaaltje13 vermoedde dan ook dat het wel te maken zou hebben met, ik citeer, ‘een opstandige poes die eens per maand krols begint te worden.’

Schotse Hooglanders als hobby
Anderhalf jaar na dato belt ineens de regionale omroep. Er zijn weer wat incidenten geweest met onze Schotse vrienden her en der en of ik mijn verhaal opnieuw wilde doen, ditmaal via de ether. Man met als hobby Schotse Hooglanders in een weitje was voor, ik was tegen. Ja hoor, dat wilde ik wel.

We togen ditmaal naar de Kennemerduinen, waar de verslaggever op het ludieke idee kwam om ons een toneelstukje te laten spelen. Ik was ik op de bewuste bullfight-dag van anderhalf jaar geleden en de cameravrouw moest – met camera – bully spelen, zodat het net leek of ik weer werd aangevallen. We hebben de scène een paar keer over moeten doen.

Jungleduinen bij Bergen
Toen ook dit avontuur weer ten einde was, dacht ik dat alles wel tot rust zou komen. Tot ik in december 2010 ineens werd gebeld door een vrouw, ik schat midden dertig. Ook zij had mij via Google gevonden en vertelde onlangs van haar paard te zijn gesmeten in de duinen bij Bergen. Een Schots liefje was achter hen aan komen hollen en haar paard was zo geschrokken dat hij het op een lopen zette alsof de hele dierentuin van Artis hem op de hielen zat, de hengst uren zoek was, uiteindelijk werd gevonden door de politie en nooit, maar dan ook nevernooit die jungleduinen meer in wil. Of er misschien een actiegroep bestond tegen de Schotse Hooglanders, vroeg ze mij. Ik moest haar helaas teleurstellen.

Ook incidenten met Schotse Hooglanders meegemaakt? Aangevallen door een Schotse Hooglander? Reageer!

Nawoord:
Gisteren opnieuw een boswachter gesproken, nu van Het Goois Natuurreservaat. Hij vertelde wat de tekenen zijn dat het niet goed gaat tussen jou en de Schotse Hooglander:

1. Als de Schotse Hooglander ineens wat onrustig wordt, alsof ‘ie ‘jeuk’ heeft, met z’n kop naar achteren slingert, met de poten gaat schuifelen, dan betekent dit voor jou ‘oranje licht’.

2. Ook als ‘ie je strak aankijkt, is dat al een teken dat ‘ie zich niet comfortabel voelt met jouw aanwezigheid.

3. Gooit hij z’n kop naar beneden, dan betekent dat ‘rood licht’: hij is klaar voor de aanval (maar voor je dat doorhebt, lig je waarschijnlijk al op de grond).

Eventuele oplossing in nood:
1. Maak je groot (met armen en benen zwaaien).
2. Maak geluid.

Meer lezen?
Nieuws en discussies: